Trektellen in februari

Februari staat niet bekend als dé ideale tijd om te gaan trektellen. De meeste vogelaars beginnen in de eerste weken van maart pas met het ritueel. Oren en ogen op scherp, de optiek staat klaar voor gebruik, de geluidsrecorder staat op record en er is voldoende te eten en te drinken. Februari is echter nog een kwakkelmaand. Er fladdert wel wat over de telpost maar je ziet meer wanneer je langs de plassen en weilanden rijdt. Deze theorie ging gisteren echter niet op. Telpost Oelemars te Losser zag een aantal records sneuvelen.

Afgelopen zaterdag kon ik door sociale verplichtingen niet naar buiten en bovendien regende het de hele dag flink door. Zondag zou het beter weer worden maar ik zag enkel mist toen ik wakker werd. Deze klaarde tijdens het ontbijt flink op en binnen enkele minuten zat ik in de auto. Op naar de Oelemars aangezien daar een aantal nieuwe eilandjes zijn aangelegd voor de vogelkijkhut. Dit gaat in het voorjaar en zomer hopelijk een aantal interessante steltlopers opleveren. Vorig jaar hadden we al een krombekstrandloper maar toen was er nog maar één klein eilandje. Met het nieuwe deel moet dit op zijn minst een een tweede taigastrandloper voor Nederland opleveren. Tenminste… daar dromen we regelmatig over.

Onderweg zag ik nog een Els met een wel zeer bewegelijke kruin. Hierin bleken putters, groenlingen, sijzen, goudvinken en barmsijs spec. te zitten. Een auto is schijnbaar minder eng dan een mens want ik kon ze tot op 3 meter benaderen. Door de lichtomstandigheden zijn de video’s allemaal mislukt en kwam ik niet verder dan barmsijs spec.

Het was eigenlijk niet de bedoeling om richting de telpost te rijden aangezien ik de nieuwe eilandjes wilde bekijken. Maar ik kon het niet laten om 200 meter verder te rijden. Van een afstandje zag ik al snel wat wat telescopen en tellers staan en op dat moment is er geen weg meer terug. Je wilt weten of je al iets gemist hebt en je hoopt daarbij op een niet spectaculair antwoord. Gelukkig had ik die ochtend geen middelste jager gemist en kon ik met een gerust hart mee gaan tellen. Het bleek al snel een uitstekende ochtend te zijn aangezien er om de minuut een groep kieviten of veldleeuweriken overvloog. De uiteindelijk teller stond op 2074 veldleeuweriken en 4852 kieviten. Hierbij werd het nieuwe dagrecords voor de kievit gevestigd. Deze stond op 1928 exemplaren op 07-03-2004.  Het oude dagrecord van de  veldleeuwerik was 1880 exemplaren en werd gevestigd op 28-01-2005. Hierbij valt op dat het oude dagrecord van de kievit is verbrijzeld.

Maar ook andere soorten die je niet snel in het februari treft werden gezien en/of gehoord. Er vlogen in totaal vier witte kwikstaarten over en door het scherpe gehoor van één van de waarnemers konden we de boomleeuwerik ook bijschrijven. Vooral de boomleeuwerik is een schaarse waarneming in deze tijd van het jaar.  De vijf goudplevieren van die dag werden helaas niet door iedereen gezien.  Andere opmerkelijke waarnemingen betreffen: 3 pijlstaarten, 4 overvliegende grote zaagbekken, 1 invliegend nonnetjegraspieper, 21 grote lijsters en grote groepen overvliegende sijzen.  Eenmaal thuisgekomen begon ik met veel plezier mijn waarnemingen in te vullen maar kwam ik tot de conclusie dat ik die verrekte eilandjes nog steeds niet heb gezien.

Advertenties

Een gedachte over “Trektellen in februari

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s