Koud begin – geweldige afsluiter

Gisteravond lag ik vroeg in mijn nest en ik werd vroeg wakker om te gaan trektellen. Vorige week had ik een spectaculaire week met meer dan 5000 kieviten en 1200 veldleeuweriken en ik fantaseerde al over vandaag. Een vroege rode wouw of toch een paar kraanvogels in verband met de oosten-wind? Op de heenweg kreeg ik al een sms – schijnbaar was ik niet de enige die al wakker was. De boodschap in de sms: “Tellen op noord is vanwege de snijdende wind zo goed als niet mogelijk, ben er wel maar weet niet voor hoe lang”. Maar ik zag geen zuchtje wind. De bomen in het stedelijk gebied stonden stokstijf en ik kon me op dat moment geen voorstelling maken bij ‘snijdende wind’. Onderweg nog even gestopt om iemand in te laten stappen en op naar de aanstellers op de telpost.

Eenmaal aangekomen werd me al snel duidelijk dat mijn inlevingsvermogen me opnieuw in de steek had gelaten. De wind sneed door elke stukje huid dat nog zichtbaar was en ik wist toen al dat het trektellen weinig tot niets ging opleveren. Onderweg ontdekte we gelukkig nog een prachtige klapekster. Deze leek zich niets aan te trekken van de wind en vloog onverbeterlijk van struik naar struik. Waarschijnlijk op zoek naar een nietsvermoedend zangertje want er was geen insect te bekennen. Onderweg kwamen we nog wat joggers tegen en het was overduidelijk dat we allemaal spijt van onze beslissing hadden . De wind was nog steeds verschrikkelijk koud en ik begon, ondanks mijn handschoenen, al koude vingers te krijgen. Op de telpost zaten, letterlijk, twee mensen te bikkelen. Een telescoop stond er verlaten bij en klaarblijkelijk was de beschutting belangrijker dan de telling. Toen ik het resultaat van een uur tellen hoorde, begreep ik opeens waarom die telescoop er zo eenzaam stond te verwaaien. Van 2 sijzen in één uur wordt namelijk niemand enthousiast. Maar om de moed er in te houden begon ik fanatiek te tellen. In de verte zag ik een man blauwe kiekendief en gaf met enthousiaste de waarneming door. “We hadden er vanochtend al 17”. In een vleug van enthousiasme was ik vergeten dat we praktisch óp de slaapplaats van de blauwe kieken stonden en het was duidelijk dat ik met iets beters moest komen. Dat kwam er niet. Het enige wat nog aantrok waren groepen kieviten maar er zaten helaas geen goudplevieren tussen. In totaal zijn er 600+ kieviten voorbij gekomen. Allemaal richting zuid. Na anderhalf uur vond iedereen het wel welletjes. De telling werd afgebroken en op de terugweg kwamen er nog twee wulpen over. Eén van de wulpen besloot zijn prachtige lied te laten horen en we voor een paar seconden waren we de kou vergeten.

Op de parkeerplaats hoor ik nog een sperwer roepen en we besloten op zoek te gaan naar goudplevieren en ganzen op de Rouwbloksweg. Opnieuw niets! Akkers vol niets! Het zijn die momenten waarop je begint te twijfelen aan je hobby en waarom je niet gewoon in bed ligt. Maar… opeens vliegen er twee kleine zangertjes uit de berm. Met enig sarcasme zeg ik: “vast weer vinken”. Het blijken gelukkig geelgorzen te zijn. Het doet me altijd goed om iets te zien waar ‘westerlingen’ jaloers op zijn. Geelgorzen en goed voetbal en mijn onverschrokkenheid begon terug te keren. We rijden via Kloosterhaar richting Langeveen en zien onderweg grote lijsters, zanglijster en koperwiek. Een paar weken geleden zag ik hier grote aantallen kramsvogels en het veld heeft schijnbaar een grote aantrekkingskracht op lijsters. Daarna volgen er vooral vele akkers zonder vogels. Om een reden die ik me niet meer voor de geest kan halen, stoppen we. Helaas zit ik aan de verkeerde kant van de auto en kijk schuin door het achterraam naar twee vogels die meteen mijn aandacht trekken. Het zijn twee roofvogels maar ik kan alleen de man blauwe kiekendief met zekerheid determineren. Ik ontdoe mezelf haastig van mijn gordel omdat ik inmiddels als een slangenmens in de auto zit. In mijn achterhoofd speelt de gedachte dat het een ringtail moet zijn omdat de vogels dicht op elkaar vliegen. Maar uit mijn tweede blik blijkt dit absoluut  niet het geval te zijn. De andere vogel heeft een compleet andere bouw en is veel sneller dan de kiekendief. De roofvogel spec. probeert constant op de rug van de kiekendief te duiken. Opeens zie ik het.. een slechtvalk! Probeert ze (de vogel is even groot als de man blauwe kiekendief) nou echt de kiekendief te slaan? De adrenaline stijgt en ik roep slechtvalk! Ik zie duidelijk dat de kiekendief voor zijn leven vliegt en allerlei kunsten uithaalt om niet zelf een prooi te worden. Wat een spektakel. Na een tijdje te hebben gekeken naar een ‘dogfight’ besluit de slechtvalk het op te geven. Ze slaat een paar keer met haar vleugels en is binnen enkele seconde tientallen meters verder. Een paar nietsvermoedende zwarte kraaien zien de bui al hangen en vliegen op. Op dat moment verlies ik de slechtvalk uit het oog. Na enige tijd ontdekt mijn medewaarnemer de vogel opnieuw maar ik kan haar niet vinden. Eenmaal uit de auto lukt dit wel en ze strijkt neer op een paaltje. Uit de bandering op de borst blijkt dat het een volwassen exemplaar is. Ik besluit nog wat videobeelden te maken wanneer de vogel op een nabijgelegen akker gaat zitten maar de beelden worden verstoord door de warmtetrilling van de auto. Met enige creativiteit is echter te zien dat het een slechtvalk moet zijn.

We sluiten de dag af met wat brilduikers, een bergeend, matkop en grote zilverreigers. De jaarlijst 2011 staat momenteel op 93. De dag begon als een verschrikking maar de slechtvalk-show vergeet ik nooit meer. En eigenlijk ben ik wel opgelucht dat die blauwe kiekendief zelf nog op nijlganzen kan jagen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s