Witwangsterns als goedmakertje

Vogelen kan soms resulteren in een enorme teleurstelling. Wanneer je een zeldzame (nieuwe) soort ziet dan kan de wereld je gestolen worden maar wanneer je soort na soort dipt dan ben je er letterlijk klaar mee. Dit laatste is me vorige week enigszins overkomen. Nu mag ik eigenlijk nog niet klagen omdat een goede vriend en mede-vogelaar nog meer pech heeft dan ik maar leuk was anders.  Zo werd er vorige week een blik aan vogels opengetrokken in het noorden van Nederland. De trek was mede door het belabberde weer van eind april, begin mei nooit echt op gang gekomen maar plots werden er zeer zeldzame vogels gezien. Er werd besloten dat we op de vrijdag zouden gaan, mits een aantal soorten op de donderdag nog werden gemeld. Op de donderdag werd alles opnieuw gemeld en vol goede moed vertrokken we richting het noorden.

’s Ochtends om vijf uur werd ik opgehaald. Onze eerste stop was de Bairds strandloper te Deventer. Deze prachtige langgerekte steltloper was de hele week nog gezien en wij waren ’s ochtends het eerst ter plaatste. Er was al een melding door een belg gemaakt maar zijn waarneming was ingevoerd terwijl het nog donker was. In de auto plaatste ik commentaar onder zijn waarneming in de hoop dat er in de loop van de ochtend opheldering zou komen. Na een uur zoeken vonden we geen Bairds. Anderhalf uur later stonden we in een hut te zoeken naar de Terekruiter en breedbekstrandloper in de Breebaartpolder. Ze waren de vorige dag immers nog gezien maar ze leken gevlogen. Nu is het sowieso geen gemakkelijke plek om even een breedbekstrandloper binnen te tikken maar zelfs na goed zoeken vonden we niets. Ook de woestijnplevier op Punt van Reide liet zich niet vinden. Enigszins teleurgesteld reden we richting het Lauwersmeer. De grote franjepoot was nog niet gemeld maar het zou toch niet waar zijn dat we alles zouden missen.

We besloten eerst naar de gemelde roodkopklauwier te rijden aangezien de grote franjepoot nog niet was gemeld. Via Dutch Bird Alerts zag ik echter al teksten als ‘Zelfs bij het parkeren naast de boom liet de vogel zich nog mooi zien’. Niet iedereen heeft de behoefte om vogels rust te gunnen maar van dergelijke acties stijgt mijn bloeddruk. Vol goede moed kwamen we aan. Deze soort moest toch gaan lukken. Niets was minder waar. De vogel had zich al een tijd niet meer laten zien en er stonden wat teleurgestelde vogelaars naar een boompje te kijken. Ik had de telescoop nog geen minuut op het boompje en ik zag plots iets bewegen. Het was overduidelijk een klauwier. De vogel probeerde naar de rand van het boompje te hoppen maar werd teruggejaagd door een kraai. Helaas was ik de enige die de vogel goed had gezien en dat zit me nooit lekker. Zeker niet wanneer je met je gezelschap al zoveel hebt gemist. Ongeveer tien minuten later zag ik de vogel haast zeker richting een bomenrij vliegen. Forse snavel, lange staart en een typische klauwierenvlucht. Dat kon haast niet missen. Tot mijn grote frustratie kon ik de hem niet terugvinden in de bomenrij. Roodkopklauwier was voor mij in ieder geval binnen. Na de roodkopklauwier zagen we in een akker zes kleibulten zitten. Dit bleken morinelplevieren te zijn. Zo nu en dan zagen we een exemplaar opstaan en daarbij het wit op hun kop. Enkele knallen van een luchtdrukkanon (om de inmiddels al vertrokken ganzen te verjagen) maakte een eind aan de beleving. De vogels besloten zo laag mogelijk te gaan zitten. De rest van de dag vonden we niets terug. Geen grote franjepoot, geen poelruiters, gestreepte strandloper of Temmincks. We hebben de gehele dag zelfs geen bosruiter gezien! Met een illusie armer reden we terug naar Twente. Vergeef het ons dat we het vogelen de terugweg meer dan één keer hebben vervloekt.

In de dagen erna werden er in heel Nederland witwangsternen gemeld en gisterochtend wilde ik in Engbertsdijksvenen gaan zoeken. Helaas kwam het er niet van en verdomd. In de ochtend werden vijf exemplaren in het zuidelijk deel gezien. In de avond werd ik gebeld dat er opnieuw witwangsternen werden gezien. Nu op noord en 15 exemplaren. Na overleg besloot ik te vertrekken en een half uur later keek ik naar niet 15 maar 18 witwangsterns en een zwartkopmeeuw. Hieronder twee foto’s. Het voelt toch een beetje als een goedmakertje voor de dramatische dag in het noorden. Een nieuwe soort voor Twente en Nederland.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s