Het ringvirus

Vorige week waren de weersomstandigheden slecht voor de trek van vogels. Telposten verspreid over het land lieten (via whatsapp) weten dat er weinig tot niets vloog. Voor mij een reden om wat extra uren op Ringstation Overdinkel te maken. Het ringen van vogels vind ik steeds interessanter. Je leert veel over de vogels als je in alle rust bekijkt. Niet alleen van de zeldzame soorten maar juist van de soorten die je elke dag ziet. Hieronder een kort verslag van de uurtjes op het ringstation.

Anderhalf jaar geleden reed ik nog honderden kilometers op een zeldzame vogel te zien. Die drang wordt steeds minder. Natuurlijk begint het te kriebelen als er een rosse waaierstaart wordt gemeld maar die kriebel neemt dus af. Twee jaar geleden had ik een ringstation interessant gevonden omdat er wellicht een bladkoning in de netten kon hangen. Natuurlijk spring ik een gat in de lucht als dat gebeurt maar ik begin de meer algemene soorten steeds meer te waarderen. De prachtige grote ogen van een roodborst of de prachtige blauwe helm van een pimpelmees – ze zijn het bekijken waard. Bovendien zijn er nog twee punten die het ringen interessant maken.

1) Door een vogel van dichtbij te observeren wordt je simpelweg een betere vogelaar. Je ontdekt kleine kenmerken die je ook in het veld kunt hanteren. Ook leeftijdsbepaling bij bepaalde soorten leer je pas als je de soort in de hand hebt.
2) Data, data en nog meer data. Neem nou die bladkoning waar we het net over hadden. De vogels die in Nederland worden gevangen worden zelden teruggevangen. Waar blijven ze? Zo weten we bijvoorbeeld dat de ooievaar helemaal naar Zuid-Afrika trekt om te overwinteren en dat de roodborst die u in de wintermaanden in uw tuin aantreft uit Scandinavië komt. Het is niet alleen leuk om te weten waar ‘onze’ vogels naar toe trekken en welke trekroutes ze kiezen, het is ook belangrijk voor de bescherming van vogels en hun pleisterplaatsen op deze trekroutes. Bovendien wordt tijdens het ringen de leeftijd van de vogel bepaald en genoteerd. Als een dode vogel met een ring wordt gevonden, kan men dus bepalen hoe oud de vogel is geworden. Op die manier kan men inzicht krijgen in de leeftijdsopbouw van een populatie.

Wat in het spraakgebruik ringonderzoek wordt genoemd is geen onderzoek in de strikte betekenis van het woord. Het is een methode om vogels te merken. Voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt men dit hulpmiddel om allerlei vraagstellingen te beantwoorden, en het ringen van vogels is een niet meer weg te denken hulpmiddel in al het hedendaagse ecologische onderzoek aan vogels. Het merken van een dier wordt met name interessant als het wordt teruggevonden. Voor betrouwbare conclusies moeten we bovendien niet de afzonderlijke terugmeldingen bekijken, maar die van een hele groep tegelijk.

Voor mij in ieder geval een reden om er meer tijd in te steken en te genieten van alle vogels die in het net terecht komen.

Advertenties

2 gedachtes over “Het ringvirus

  1. Hoi Timo !

    leuk dat het ringwerk meer aandacht bij je begint te krijgen. Mocht je interesse hebben, in Goor kunnen we bij de vogelwerkgroep nog steeds goed nieuwe assistenten bij het ringwerk gebruiken en bestaat er ook de mogelijkheid om tot ringer opgeleid te worden. Je bent welkom. Ik ben zelf net teruggekomen van 2 weken ringen op Vlieland. Daar ook de slechtste 2e Oktoberhelft voor Vlieland ooit. Maar goed, ook dat moet je ooit vast kunnen stellen….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s