Telpost en ringbaan

Een weekend in oktober en alle tijd van de wereld. Dat is een luxe die niet meer zo vanzelfsprekend is. Het plan was om er volledig gebruik van te maken en de ochtenden te gebruiken om vogels te spotten. Zaterdagochtend was het bewolkt en een beetje mistig. Ideale omstandigheden om de telpost te bemannen. Elke telpost in Twente is voor mij relatief gemakkelijk te bereiken omdat Borne in de kern van Twente ligt. Binnen een half uur kan ik alle Twentse telposten bereiken en dat geeft me de luxe om te kiezen. Dit zorgt voor de soms nodige afwisseling in soorten (en vogelaars). Via de Whatsapp had ik de belofte gedaan om Engbertsdijksvenen te bezoeken en om 07:00 uur vertrok de auto richting het hoogveen.

DSC_0909 (1)

Het was volledig bewolkt op de telpost en er vlogen weinig vogels. Niet de ideale ochtend die ik in gedachten had. Onderweg naar de telpost vond ik een groepje goudhaantjes met in hun midden een vuurgoudhaan . Geen zeldzame soort in de regio maar vind er maar eens een. Vuurgoudhaan blijft voor mij één van de mooiste vogels van Nederland. Zoveel schoonheid in om en nabij 5 gram. Eén enkele postzegel zou volstaan om een vuurgoudhaantje over de post te verzenden. Op de telpost stonden al twee tellers actief om zich heen te turen. Na het schudden van hun handen zocht ik een plekje waar ik me kon installeren voor de rest van de ochtend. In het veen werden de kol- en toendrarietganzen langzaam maar zeker wakker en vlogen in grote groepen op om in de buurt van het veen te grazen. In het veen zijn ze relatief veilig tegen predatie. Op het water zijn immers geen vossen en van de mens hebben ze in deze tijd van het jaar (als het goed is) nog weinig te vrezen. Helaas was het hard werken om zowel aantallen als soorten binnen te harken. Het meest onder de indruk was ik van een klapekster die actief op kleine zangvogels aan het jagen was. Het blijft een raadsel of er uiteindelijk een slachtoffer is gevallen. De enige bruine kiekendief van de ochtend heb ik niet gevonden in kijker en telescoop dus ik moest het doen met een enkele sperwer, wat torenvalken en een buizerd. De enige soort die met aantallen voorbij kwam, was de spreeuw. Maar ook voor deze soort moesten we hard werken want ze vlogen hoog over, of ver aan de horizon. Een soort die ons daarentegen niet hard liet werken was de water/oeverpieper. De ochtend telde meerdere exemplaren die zich erg duidelijk lieten horen. De vluchtroep van deze soort roept bijna altijd discussie op. Zit er een verschil in de vluchtroep van waterpieper en oeverpieper? Naar mijn mening is het antwoord volmondig ‘nee’. In veel landen is het nog dezelfde soort en sonogrammen bieden geen uitkomst. Maar ik ben geen kenner op het gebied en laat me graag overtuigen door mensen die er meer verstand van hebben. Binnenlandse telposten noteren echter vaak standaard waterpieper omdat de kans op oeverpieper in het binnenland zeer gering is. Maar dit gegeven sluit niet uit dat het een verdwaalde oeverpieper kan zijn. Tenzij de vogel ter plekke is en zodoende geobserveerd kan worden.

Zondagochtend werd het geluid van de wekker met afgrijzen begroet. Het feestje van zaterdagavond was net iets te lang doorgegaan en ik vroeg me opnieuw af waarom ik hemelsnaam geen andere hobby had gekozen. In de auto kreeg ik wat berichten van andere vogelaars en ik troostte me met de gedachten dat ik niet de enige stakker was die vrijwillig vroeg uit de veren was gegaan. Het KNMI had me al laten weten dat trektellen geen optie zou zijn. Een kraakhelder nacht voorspelde een ochtend die in de figuurlijke blauwe soep zou vallen. Blauwe soep is een term die trektellers gebruiken wanneer ze spreken over een lucht zonder bewolking (bij daglicht). Vogels zijn door het ontbreken van de bewolking nauwelijks te vinden door het feit dat het contrast wegvalt en ze vliegen dan buitengewoon hoog. Reden genoeg om de verrekijker thuis te blijven en de ringbaan in Overdinkel te bezoeken. Door het gebrek aan tijd had ik mijn gezicht té lang niet meer laten zien. Bovendien werd het tijd om weer een vogel in de hand te hebben om afkickverschijnselen te voorkomen. Via de tuin liep ik door de smalle paadjes langs de mistnetten om het ‘rovershol’ te betreden. Leo was natuurlijk al een tijdje aan het ringen maar had voor mij nog iets speciaals in petto. Twee vers geringde waterrallen kwamen uit een bak en ik kreeg de gelegenheid om ze goed bekijken. Maar de avond ervoor was ons zinnen gezet op bruine boszanger of grote pieper. Beide soorten zijn immers nog niet eerder geringd in Twente en daar gingen wij verandering in brengen. De praktijk liep echter net iets anders. Tijdens mijn eerste ronde hing er een vuurgoudhaan in het net en eigenlijk was de ochtend al meer dan geslaagd. Een prachtig mannetje gezien zijn fel oranje kroon en de lengte van de vleugel bevestigde wat we al wisten. Later in de ochtend kregen we bezoek van een echtpaar die vogels nog niet eerder van zo dichtbij hadden gezien. Het is prachtig te zien hoe deze kleine beverderde wezens mensen kunnen inspireren om bewuster naar de natuur om hen heen te kijken. Soms vergeet je hoe bevoorrecht je bent dat je dat de kennis en kunde hebt om vogels te herkennen en uit de netten te plukken. We vingen zwartkoppen, roodborsten, winterkoning, kool- en pimpelmezen, tjiftjaf, goudhaan, atalanta en heggenmus. De dagvlinder hebben we niet geringd maar wel bevrijd. De knallers bleven uit maar ik heb me prima vermaakt tussen de mistnetten en naast de houtkachel. Over die ontsnapte koolmees heeft niemand het meer over een maand.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s