Fall op Texel – DB weekend 2015

De maand oktober is de maand voor vogelaars om aan hun trekken te komen. Veel soorten gaan massaal aan de grote reis reis beginnen en na het broedseizoen zijn hun aantallen aanzienlijk gegroeid. Het algemene idee is dat ze van koud naar warm reizen aangezien de winter streng kan zijn. Dat is voor veel soorten de reden om hun koffers te pakken. Zo zijn er soorten die Nederland achter zich laten om na een lange, gevaarlijke reis een aantal maanden in Afrika te blijven. Maar er zijn ook soorten die het in Nederland juist geweldig vinden. Ganzen, zwanen en eenden zijn hier een uitstekend voorbeeld van. Niet alle soorten vogels houden dezelfde vertrekdatum aan maar het gros van de soorten kiest oktober om op avontuur aan te gaan. Aangezien veel vogels langs de kust trekken zijn de Nederlandse waddeneilanden een populaire bestemming voor vogelaars. Daar zie je over het algemeen de meeste soorten, de grootste aantallen én de hoogste kans op een zeldzaamheid. Door dit laatste gegevens organiseerde Dutch Birding voor de 30e keer het Dutch Birding weekend op het grootste eiland van Nederland – Texel.

De afgelopen jaren had ik geen tijd om het Dutch Birding weekend te bezoeken. Dit jaar had ik weer de mogelijkheid en vrijheid om drie dagen te genieten op één van de mooiste plekken van Nederland. Vrijdagochtend vertrok ik naar Texel om me daar bij Martin en Robert uit Oldenzaal te voegen. Twee fanatieke Twentse vogelaars maar nog belangrijker – twee uitermate vriendelijke kerels waar je dagen mee op stapt kunt. Inmiddels ben ik de drang om zoveel mogelijk zeldzaamheden te ‘scoren’ verloren maar onderweg las ik berichten op Facebook en Twitter over een ware ‘fall’. Een fall is een fenomeen waarbij vogels door specifieke weersomstandigheden massaal naar beneden komen om beschutting te zoeken. De radarbeelden zagen er veelbelovend uit maar als nuchtere tukker is het eerst zien, dan geloven. Iets over twaalf stond ik samen met Martin en Robert op het voordek van de boot te zoeken naar onze eerste vogels. Over de haven van Den-Helder werd een overvliegende roodpootvalk gemeld maar deze konden wij niet vinden. We moesten het doen met de standaard meeuwen in de haven en enkele rotganzen. Een soort die ik graag zou zien, is dwerggors en ik hoopte er één op het eiland te vinden. Op de Waddenzee vonden we weinig vogels en geen zeehonden. Maar het eiland kwam in zicht… laat die fall maar komen!

Eenmaal op het eiland sloegen we bij de eerste verkeerslichten links af om de eerste zeldzaamheid van de dag te zoeken. Op de Grote Vlak zagen we om 12:41 een prachtige juveniele grauwe franjepoot. Op leeftijd te brengen door de duidelijk donkere rug met lichte strepen en de rozige zweem op borst en nek. Deze jonge vogel was druk aan het foerageren langs de rietkraag en kreeg flink op zijn donder van een watersnip. De ruzie was echter van korte duur en toen de vrede wederkeerde kwam de blauwe kiekendief, die ik net had gemist, opnieuw in beeld. Die laatste soort is zeldzaam geworden op de waddeneilanden maar tijdens het weekend werden er meerdere gezien. De neerslag was nog niet gestopt maar een bijzonder dappere Atalanta vloog richting het westen. Het blijft me verbazen hoe vlinders in dergelijk weer de kracht vinden om op pad te gaan. We besloten naar het noorden van het eiland te rijden en de auto net voor de vuurtoren te parkeren. Op het renvogel veld foerageerden groepjes eenden maar het kleine grut trok onze aandacht. Op de velden voor de plas enkel graspieper maar in de bosjes onder ons huppelden goudhaan, vuurgoudhaan en 2 tjiftjafs. Tussen het strand en het renvogel veld vonden we mezen en riep een waterral zich de longen uit het lijf. Toch maar naar de overkant om door de tuintjes te struinen. Inmiddels wisten we wat al die stipjes op de radarbeelden waren: lijsters! Honderden, zo niet duizenden koperwieken, kramsvogels en zanglijsters vlogen het eiland op. In de tuintjes was het qua klein grut echter nog rustig. Alleen goudhaantjes waren fanatiek aan het roepen. We vonden een klapekster en kregen een whatsapp bericht dat er een Siberische tjiftjaf was gevonden bij de reddingsboot. We besloten te gaan aangezien er weinig activiteit in de tuintjes was en twintig minuten later stonden we met onze neus op de kandidaat. We sloten netjes aan in de rij maar het vogeltje had zich verplaatst en landde precies voor onze neus. Het tafereel voor onze ogen was voor mij nieuw. 32 goudhaantjes en ongeveer zes tjiftjafs foerageerden door het gras in het midden van een weiland. De Siberische kandidaat had ik al snel in beeld en de vogel had inderdaad de nodige kenmerken. Zwarte pootjes, bruingrijs uiterlijk, wittige wenkbrauwstreep, kleine/spits/donker snaveltje en een wittige borst. Allemaal uitstekende kenmerken voor tristis maar toch zit het me niet lekker. Op de ringbaan heb ik al een aantal kandidaten in de hand gehad en zelfs dan is het nog lastig te bepalen wat het écht is. Bovendien schijnt er geluidsopname te zijn gemaakt maar die opname staat nog nergens online. Hopelijk volgt deze op een later moment. Na deze spannende waarneming werd het tijd op wat handen van bekenden te schudden en de dag liep langzaam maar zeker op zijn einde. Eenmaal terug in de chalet genoten de heren van erwtensoep en als enige vegetariër stortte ik me op de bamiesoep. 

IMG_0927B

Op zaterdag 17 oktober ging de wekker bij de buurman om 06:30 uur. Het zijn die momenten waarop ik het meest baal van mijn hobby. Tijdens zonsopgang liepen we in de motregen door de tuintjes. Er waren weinig vogelaars en we vroegen ons hardop af of het Dutch Birding weekend niet langzaam aan het doodbloeden is. De toenemende populariteit van georganiseerde weekenden op Vlieland en Schiermonnikoog doet het aantal bezoekers wellicht krimpen. Over de tuintjes trokken de eerste barmsijzen en kepen. Helaas vonden we geen enkele barmsijs die de status ‘ter plaatse’ kon krijgen. Hierdoor gingen al mijn waarnemingen als barmsijs spec. de boeken in. Toch zie je op waarneming meerdere waarnemers grote- en/of kleine barmsijs invoeren om basis van het waargenomen geluid (en soms vliegbeeld). In mijn vorige blog schreef een stuk over het determineren van water- en oeverpieper op basis van geluid. Hetzelfde gaat op voor kleine- en grote barmsijs. Met enkel het geluid ga je er naar mijn mening niet komen. Reken daarbij het feit dat zelfs ringers met vogels in de hand er soms niet uitkomen en je snapt het dilemma. Er is een reden dat de twee soorten in sommige landen als een één soort wordt gerekend. De determinatie is en blijft lastig.

In de tuintjes vonden we vuurgoudhaan, onze eerste zwartkoppen van het weekend en een tweetal beflijsters. Door gebrek aan kwantiteit en kwaliteit besloten we naar het trektelpunt te lopen. Onderweg vloog er een bokje op en liet zich een eindje verder weer neerstorten in de struiken. De kleine jager bij de vuurtoren vonden we snel dankzij de hulp van vogelaars die er al stonden maar het zicht over zee was waardeloos. De miezer beperkte het zicht en bovendien stond er nog een bak mist boven de golven. Gelukkig klaarde het binnen een uur volledig op en was het zicht uitstekend. Ver op zee vonden we jan-van-genten in adult en juveniel kleed. Andere soorten die zich mooi lieten zien waren middelste zaagbek, zwarte zee-eend en roodkeelduiker. Het bericht dat er achter ons (schijnbaar) een ruigpootbuizerd zat, deed iedereen spontaan omdraaien. De ruigpootbuizerd is zeldzamer dan onze eigen buizerd en doet meestal zijn intrede wanneer het kouder wordt. Na een tijdje vonden we de vogel op een paaltje in de tuintjes. Een prachtig juveniele vogel met een duidelijk donkere buik en lichte kop en nek. In vlucht waren niet alleen de donkere polsvlekken duidelijk zichtbaar maar tevens de diffuse eindband op de staart. Adulte vrouwtjes kunnen op juveniel lijken maar hebben een duidelijk zwarte eindband en missen de gelige tint op de onderdekveren. Een prachtige ervaring maar tegelijkertijd slecht getimed. Op het moment van de ruigpootbuizerd had ik net een pijlstormvogel spec. in de scoop. Deze keilde over de horizon maar ik kreeg er geen grip op. Donkere jagers kunnen immers ook keilen. Helaas pindakaas.

cropped-img_09431.jpg

Op de terugweg werd er nog een Siberische tjiftjaf gemeld maar die besloten we te negeren. Zeker omdat er tien minuten later een zwartkeellijster werd gemeld. Een beetje jammer dat deze aan de andere kant van het eiland zat maar ik was positief gestemd. Achteraf was dat onterecht maar het gaf me onderweg tenminste een goed gevoel. Inmiddels weet ik dat slechts een handjevol mensen de lijster hebben gezien en daar hoor ik niet bij. Ruud ontdekte de zwartkeellijster toen hij een koperwiek aan iemand liet zien. Alles behalve een slechte ‘bijvangst’. We hebben nog een tijdje kritisch gekeken naar de lijsters op het veld en in de bosjes maar niemand vond een zwartkeellijster terug. Door de naam van de soort klinkt de determinatie als een eitje maar schijnt bedriegt. Zeker wanneer je te maken hebt met non-adulte mannetjes. De vogel was na ongeveer 15 minuten (zo het schijnt) opgevlogen en de nabij gelegen camping opgevlogen. Deze camping geniet een naturisten label dus het werd een beetje vreemd toen er vogelaars met camera’s het terrein op liepen. Na een kleine 25 minuten besloten we zelf op zoek te gaan naar vogels en de zwartkeellijster te laten voor wat hij was… weggevlogen. Bovendien zat één van mijn favoriete soorten om de hoek. De strandleeuwerik is een zangvogel die voor het blote oog vaak onzichtbaar is tot je ze in de kijker krijgt. Een prachtige geel/zwarte kop met een zwarte borst doen het hart van de gemiddelde vogelaar sneller kloppen. Na de zomer verliezen de mannetjes helaas hun lange hoorntjes en vanaf het najaar is geslacht én leeftijd moeilijk te bepalen. Mannetjes schijnen een groter te zijn dan vrouwtjes maar daarin zit vast variatie. Een laat bezoek aan de Mokbaai gaf onze weekendlijst een flinke boost met baardman, kluut, kanoet, bonte strandloper, brilduiker en steenloper. We sloten de dag af met een verschrikkelijke maaltijd bij een slecht restaurant om daarna te genieten van de lezingen die werden gegeven op de Dutch Birding avond. Eenmaal (eindelijk) in bed sliep ik als een roos door de nacht.

Over de zondag wil ik liever niets schrijven maar ik ga er toch een paar regels aan wijden. Het was een grote teleurstelling door het enorm slechte weer. Oorspronkelijk de beste dag van het weekend volgens de KNMI maar in de praktijk was het de slechtste. Na slechts een half uur in de tuintjes was mijn jas te nat en we dropen af richting de auto. Vanaf het achterraam kon ik kemphaan, boerenzwaluw en ijsvogel toevoegen aan de lijst maar om 12:00 uur stond ik op het dek van de boot. Zo eindigde het weekend in mineur maar ik heb vrijdag en zaterdag genoten van goed gezelschap, een prachtig eiland, veel vogels, enkele zeldzaamheden en vooral de kwantiteit aan vogels. Op elke hoek zat een roodborst en er zaten duizenden en duizenden lijsters op het eiland. Die ‘fall’ ging waarschijnlijk meer over de neerslag dan over de vogels maar desalniettemin heb ik volop genoten.

Bij de Siberische Tjif

Bij de Siberische Tjif

 

Advertenties

2 gedachtes over “Fall op Texel – DB weekend 2015

  1. Dag Timo,

    Je hebt er weer een prachtig verslag van gemaakt, ondanks het weer en het slechte eten was het weer een gezellig weekend, bedankt daarvoor.

    Gr.Martin

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s