Jan-van-gent ver in het binnenland

Er zijn van die soorten die zo gebonden zijn aan de zee dat je ze simpelweg niet in het binnenland verwacht. De jan-van-gent is één van die soorten. Een magnifieke vogel met een spanwijdte van bijna twee meter. Bij het horen van de soortnaam lopen de tranen al over mijn wangen. Niet van verdriet of blijdschap maar door het feit dat deze vogel voor mij onlosmakelijk is verbonden met de gure najaarswind op Schiermonnikoog. Van mijn 10e tot 16e levensjaar zat ik in het najaar tien dagen te verkleumen op de hoge duinen van Schiermonnikoog. Met tranen over mijn wangen, koude handen en klappertanden speurde ik elke ochtend urenlang over de zee. In die tijd van het jaar in de soort daar talrijk. In Twente is de soort alles behalve talrijk. Deze typische zeevogel laat zich zelden tot nooit in het binnenland zien. Laat staan in het verre oosten. De laatste Twentse waarneming stamt uit 27 februari 1983. Toen werd er een adult vrouwtje dood gevonden in een volkstuin langs de spoorbaan Oldenzaal-Hengelo. Dit was waarschijnlijk de vogel die op 3 februari 1983 nog levend werd gezien in Oldenzaal. Gisteren werd de vloek na 33 jaar verbroken en zat er een jan-van-gent in (opnieuw) Oldenzaal.

jan-van-gent

Jan-van-Gent, Morus bassanus. Genoemd naar Bass Rock, een rotseiland in de Firth of Forth bij het Schotse Edinburgh. Daar zag ik de soort in zijn honderden. De eerste melding van deze soort stamt uit 685 na Christus in een gedicht over de Seafarer van Bass Rock. Rond 1544 werd de vogel nog gezien als een soort gans. Een visetende gans die enkel broedt op hoge rotsen. De eerste wetenschappelijke naam van de soort is Bassani Anseres. Anseres is de familienaam van zwanen, ganzen en eenden maar werd in het verleden gebruikt voor zo ongeveer alle vogels met zwemvliezen. De eerste Nederlandse naam is dan ook een logisch gevolg van deze zienswijze. In 1555 krijgt de soort een Nederlandse naam, de bassaangans. Er volgen daarna nog enkele aanpassingen in de wetenschappelijke naam. Uiteindelijk wordt er gekozen voor Morus bassanus. Morus duidt op ‘gek’ of ‘gespleten’. Wat waarschijnlijk de jachtmethode van deze soort beschrijft. De oorsprong van de huidige Nederlandse naam blijft onbekend maar het heeft niets met een persoon die de naam jan-van-gent draagt te maken. Gent is een mannelijke watervogel en de oorsprong van jan-van blijft onbekend. Maar genoeg geschiedenis op naar de waarneming.

Via de Whatsapp groep ‘Zeldzaamheden in Twente’ kwam er een foto binnen van een jan-van-gent op een hoopje zand met op de achtergrond een staalplaat. De ontdekker was door zijn bundel en moest het doen met een extreem lage internetsnelheid. Communicatie liep vanaf moment één stroef. Er was bekend dat er een jan-van-gent in Oldenzaal zat maar de exacte locatie kon niet worden gedeeld. Met een zeldzaamheid als deze levert dat voor veel mensen stress op. Ondanks het feit dat ik steeds minder met lijstjes bezig ben, is er één lijst die ik nog serieus neem. De Twente lijst. Dat daar ooit een jan-van-gent op zou komen was heel onwaarschijnlijk. Maar als een kans als deze zich voordoet dan moet je gaan. Onderweg zat het niet mee aangezien Google Maps voor het eerst het leven gaf en ik via de Whatsapp de verkeerde straat doorgespeeld kreeg. Na 20 minuten frustratie kwam ik eindelijk aan. De vogel zat potsierlijk op een zandbult op een braakliggend terreintje. Het witte zand lag er ongetwijfeld voor de fundering en wellicht dat de bassaangans het voor een strand heeft aangezien. Helaas werd al snel duidelijk dat de vogel verzwakt was. De vogel liet zich gemakkelijk benaderen en trok zich van niemand iets aan. Er ontstond discussie of er opvang geregeld moest worden. Daar kwam echter weer kritiek op van de mensen die de vogel nog moesten zien. Dat riekt naar lijstbelang over het welzijn van de vogel. In de communicatie binnen de Whatsapp groepen neem ik soms het voortouw. Hierbij deel ik informatie die ik heb, op de momenten dat het kán. Maar in het heetst van de strijd, met ‘lijsten’ op het spel en belangen in de weegschaal wordt het fatsoen soms verloren. Gisteren was de druppel die voor mij de emmer deed overlopen. In vervolg laat ik het aan anderen over om informatie te delen. Als daardoor blijkt dat mensen vogels missen dan is dat helaas zo.

Twente is in ieder geval weer een jan-van-gent rijker en ik een prachtige herinnering. Dit is nummer 5 voor Twente (Knolle et al.). Al schijnt er in de jaren 80 nog een overvliegende vogel gezien te zijn bij het Rutbeek. Dat zou dit nummer 6 maken. De waarnemingen zijn echter van lang geleden: 1935, 1975 2x, 1976, 1983. Het zou interessant zijn om de data betreffende de weersomstandigheden te vergelijken maar dat maakt wellicht ooit een mooi artikel in de Ficedula (kwartaalblad van de Twentse Vogelwerkgroep). In de dagen voor deze vondst had het aan de kust gestormd (niet zwaar) en was Nederland gehuld in dikke mist. Factoren die waarschijnlijk hebben bijgedragen aan het feit dat deze vogel zo verdwaald was. Maar het blijft gissen. Voor hetzelfde geldt heeft de vogel een klap van de molen gehad en raakt het daardoor uit koers. Deze jan-van-gent is uiteindelijk door de dierenambulance opgehaald en maakt het inmiddels goed. Hopelijk krijgt de vogel de zorgt die het nodig heeft en knapt het volledig op. Uitzetten bij de kust zou geweldig zijn.

Foto’s hierboven op volgorde zijn van Wim Bakker, Paul Knolle en Hans Pohlman.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s