Een dag vol gorzen

22 januari stond al een week dik gedrukt in de agenda. De weersverwachtingen werden alleen maar beter en dat was wel eens anders geweest. Na weken van sneeuw en ijzel begon het geluk eindelijk weer naar ons te lachen. Het was bovendien het laatste weekend dat mijn vriend in Nederland was. De planning was om een ‘gorzen-dag’ te doen. Overijssel is één van de beste provincies van Nederland voor geelgors maar met het vinden van een rietgors valt geen eer te halen. Het ging ons om zeldzame gorzen. Namelijk de witkop- en dwerggors en de grauwe gors. Vijf gorzen op een winterse dag in Nederland dag zou spectaculair zijn. Op het laatste moment besloten we de grauwe gors niet te bezoeken maar in plaats daarvan de kleine burgemeester in Lauwersoog te proberen. Mijn goede vriend woont namelijk in het zuiden van Duitsland en is een latente Larofiel (meeuwenliefhebber). Het aanbod van meeuwen in het zuiden van Duitsland is op zijn best beperkt.

Na lang bikkelen eindelijk de witkopgors in beeld.

Na lang bikkelen eindelijk de witkopgors in beeld.

De dag begon net na zonsopgang en de witkopgors was ons eerste doel. Voor ons beide een lifer. Er stond dus enige druk op de ketel. Op internet hadden we al gezien dat dit exemplaar soms dagen uit beeld kon blijven en dat determinatie door een klein leger geelgorzen werd bemoeilijkt. Bij aankomst registreerde de auto een temperatuur van -5 graden Celsius. Er stonden twee vogelaars naar een boom te kijken en dat gaf ons valse hoop. Zij hadden de witkopgors namelijk niet in beeld. Eén van hen had de vogel nog wel gezien die ochtend. Hoop doet leven. Bij de boerderij troffen we zoals voorspeld veel geelgorzen aan. Tussen de koperwieken vlogen enkele kramsvogels maar nog geen spoor van de witkopgors. Na een kwartier bij de boerderij was mijn geduld op. Het passieve vogelen past me niet en ik zoek (en vind) de vogel liever zelf. Via de Menneweg liepen we richting noord-oost. De witkopgors was in de loop van de tijd langs een flink deel van de hele straat gezien en we hadden geen zekerheid dat de vogel zich keurig bij de boerderij zou melden. Op de route konden we o.a. blauwe kiekendief (ringtail), veldleeuwerik en waterpieper op de daglijst bijschrijven. Maar van de witkopgors ontbrak elk spoor. Na een flinke wandeling zagen we een groep vogelaars zoeken in een akker. Zij stonden echter aan de andere kant van de Menneweg. Onze gorzen waren ‘op’ en we liepen terug. Bij aankomst hadden zij soms een goede kandidaat in beeld. Niet alleen die zin wemelt van de onzekerheid maar ook de waarneming. We keken namelijk tegen de zon in naar een stoppelveld met 30+ geelgorzen. De variatie in het kleed van geelgors is beangstigend. Het was lastig om de witkopgors te vinden in een palet van 50 tinten geel. Het reliëf in het land en de felle ochtendzon bracht ons niet dichter bij het doel. Toen de groep gorzen richting de boerderij vloog liepen wij er enthousiast achter aan. Met de zon in de rug en vogels in de bomen groeide onze kans op een succesvolle twitch. Inmiddels was er anderhalf uur verstreken en mijn handen waren nog net niet vastgevroren aan het statief. Door de telescoop zagen we opnieuw grote groepen gorzen aan de noord-oostelijke kant van de straat. We spraken af om nog één keer te zoeken. Na een paar minuten lopen kon mijn telescoop onderscheid maken tussen de stipjes in de boom. De groep was opnieuw onrustig en vloog continu tussen akker en boom. Maar zag ik dat nou goed… deze gors was wel erg bruin. Juist, dit moest de witkopgors zijn. Na 1 uur en 45 minuten zoeken vonden wij de witkopgors terug. Het eerste doel was bereikt. We hebben met een kleine groep (zie foto) ongeveer tien minuten genoten van de witkopgors in de boom en op de akker. Het interessante aan de Menneweg is dat het de exacte grens tussen Drenthe en Friesland is. Zodoende staat de witkopgors op zowel de Drenthe en Friesland lijst. Voor het geval we dat ooit nog interessant gaan vinden.

Het volgende doel was de dwerggors in het Drents-Friese Wold. De dwerggors doet zijn naam eer aan en is een kleine gors uit de Taiga van Eurazië. In Nederland een dwaalgast die elk jaar gezien wordt. Deze kleine gors lijkt het meest op de rietgors maar onderscheid zich door meerdere kenmerken waarvan een lichte vleugelstreep en de kop-tekening naar mijn mening de beste zijn. Bovendien is het een vocale gors. Zijn tikkende roep lijkt enigszins op dat van een roodborst maar is voller van klant en volgt elkaar nooit in rap tempo op. Dat is tegenstelling tot roodborst. Ook dwerggors zou voor ons beide een lifer zijn. Op de eilanden is dit gorsje al tig keer aan mij ontsnapt. Zo vaak dat ik op een gegeven moment heb besloten om niet meer voor deze soort in de auto te springen. Mijn laatste poging deed ik op 19 maart 2016 toen er in Twente een dwerggors werd gemeld. Opnieuw zonder resultaat. Met een geschatte wereldpopulatie van 90 miljoen moest het toch een keer lukken. Met de witkopgors in de ‘pocket’ was de druk van de ketel en liepen we heel ontspannen naar de dwerggors. Het was minder ver lopen dan verwacht en we troffen al snel rietgorzen in een a-typisch habitat. De dwerggors liet zich vrij zien. Tenminste aan mij en enkele andere waarnemers. Helaas bleef deze kleine gors voor mijn reisgenoot verborgen. De vogel liet zich tevens goed horen. Het was geen droom waarneming maar eindelijk, eindelijk zag ik mijn eerste dwerggors. Voor onze daglijst noteerden we vuurgoudhaan, keep, sijs en glanskop. De vreemdste waarneming was een roerdomp in de top van een boom aan de rand van het bos. Nu is roerdomp voor mij sowieso geen zekerheid op de jaarlijst. Laat staan een roerdomp in de top van een boom.

Prachtige foto van Marco van der Velde

Prachtige foto van Marco van der Velde

De volgende stap was de Onlanden. Dit grootschalige natuurontwikkelingsgebied werd tijdens ons bezoek druk bezocht door marathonlopers. We ontdekten al snel een blauwe kiekendief (ringtail) maar dat was niet de soort die we zochten. Het kleinere neefje van de blauwe kiekendief foerageert al een tijdje in de Onlanden. De steppekiekendief is nog steeds zeldzaam maar overwintert steeds vaker in Nederland. Mijn reisgenoot en ik zagen samen twee keer eerder een steppekiekendief maar nog geen mannetje. Op de route zagen we enkele vogelaars naast hun auto staan, we sloten aan, stapten uit en zagen de steppekiekendief. Wat een luxe. De vogel liet zich prachtig zien en ondanks de afstand waren alle kenmerken duidelijk zichtbaar. De rest van de Onlanden was qua soorten zo goed als uitgestorven. Bovendien begon de tijd te dringen aangezien we nog een kleine burgemeester wilde zien in de haven van Lauwersoog.

De route naar Lauwersoog moet één van de cirkels uit Dante’s Inferno zijn. Er lijkt geen eind aan te komen, het is er vlak, er staan flitspalen en het waait er altijd. Tot het moment dat je bij Lauwersmeer arriveert. Daar zagen we al snel slechtvalk en havik. Maar tot onze grote verbazing was het Lauwersmeer nog steeds bedekt met een dikke laag ijs. In de buurt was nog een ijseend gezien maar we besloten verder te rijden naar de haven van Lauwersoog. Er waren enkele mensen op zoek naar de kleine burgemeester maar de vogel was duidelijk niet in beeld. Opnieuw werd onze actieve aanpak beloond en we vonden de kleine burgemeester terug aan de rand van de haven. Meerdere steenlopers en enkele paarse strandlopers lieten zich zien. Er stond geen zuchtje wind en de zee lag erbij als een meer. Het water in de haven was net zo rustig en met een beetje mazzel vonden we een gewone zeehond. Een prachtige afsluiting van een lange dag.

Kleine burgemeester in de haven van Lauwersoog.

Kleine burgemeester in de haven van Lauwersoog.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s